ECLI:NL:CRVB:2014:4193
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R.E. Bakker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Wajong-uitkering wegens verlate indiening en ontbreken medische gegevens
Appellant diende ruim 38 jaar na de gestelde periode van arbeidsongeschiktheid (1973-1974) een aanvraag in voor een uitkering op grond van de Wet Wajong. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden om als jonggehandicapte te worden aangemerkt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde dat het risico dat medische gegevens uit die tijd niet meer beschikbaar zijn, voor rekening van appellant komt.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat hij vóór zijn zeventiende volledig arbeidsongeschikt was en stelde dat hij niet eerder kon aanvragen vanwege onjuiste informatie van de sociale dienst. De Raad overwoog dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat het tijdsverloop en het ontbreken van medische gegevens voor risico van appellant blijven, mede gelet op vaste rechtspraak. Appellant bracht geen nieuwe medische gegevens in en onderbouwde zijn stelling over onjuiste informatie onvoldoende.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 december 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.