ECLI:NL:CRVB:2014:4176
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende gegevens en gezamenlijke huishouding
Appellant diende op 18 oktober 2012 een aanvraag om bijstand in, waarbij hij verklaarde alleen op een adres te wonen. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling omdat appellant niet tijdig de gevraagde bewijsstukken over zijn woon- en financiële situatie aanleverde. Een nieuwe aanvraag werd afgewezen omdat uit onderzoek bleek dat appellant niet alleen woonde op het opgegeven adres, mede door de aanwezigheid van zijn vriendin en kind.
Het college baseerde zich op een huisbezoek en verklaringen, waaruit bleek dat er sprake was van een gezamenlijke huishouding. Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij alleen woonde in de periode van 7 december 2012 tot 7 januari 2013. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling stelde op grond van artikel 4:5 Awb Pro vanwege het ontbreken van benodigde gegevens. Tevens was de afwijzing van de tweede aanvraag terecht omdat appellant onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn woonsituatie en het onderzoek de gezamenlijke huishouding bevestigde. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen wegens onvoldoende gegevens en het niet aannemelijk maken van alleenstaand wonen.