ECLI:NL:CRVB:2014:4150
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Afkoopsom pensioen behoort toe aan periode na pensioengerechtigde leeftijd
Appellant ontvangt sinds 2001 een AOW-pensioen met partnertoeslag. In 2011 ontving zijn partner een afkoopsom van het ouderdomspensioen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) herzag daarop de toeslag en vorderde te veel betaalde bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en volgde de Svb in de kwalificatie van de afkoopsom als overig inkomen dat moet worden verrekend.
De Raad overweegt dat hoewel de afkoopsom een incidentele betaling is, deze een ander karakter heeft dan reguliere incidentele inkomsten zoals eindejaarsuitkeringen. De afkoopsom moet geacht worden bestemd te zijn voor de periode ná de pensioengerechtigde leeftijd, conform de Pensioenwet en recente parlementaire stukken die beogen de uitbetaling na die leeftijd te regelen.
De toerekening van de afkoopsom aan een maand vóór de pensioengerechtigde leeftijd leidt tot een kennelijk onredelijk resultaat. De Raad draagt de Svb op om binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen, waarbij dit oordeel in acht wordt genomen. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 december 2014.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep draagt de Sociale verzekeringsbank op het besluit te herzien omdat de afkoopsom pensioen bestemd is voor de periode na de pensioengerechtigde leeftijd.