Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
totaal € 166,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) waarin een korting op de AOW-toeslag werd toegepast vanwege een afkoopsom pensioen van zijn partner, en waarbij tevens een boete werd opgelegd. Na een tussenuitspraak van de Raad op 19 december 2014 heeft de Svb op 17 februari 2015 een nieuw besluit genomen waarin zij het bezwaar van appellant gegrond verklaarde, het eerdere besluit introk en afzag van terugvordering en boete.
Appellant bevestigde in een brief van 15 april 2015 dat zijn oorspronkelijk bezwaar hiermee was gehonoreerd, hoewel hij de toegekende kostenvergoeding aan de lage kant vond. De Raad concludeerde dat appellant hierdoor geen belang meer had bij verdere behandeling van het hoger beroep en verklaarde dit niet-ontvankelijk.
De Raad veroordeelde de Svb wel tot vergoeding van de proceskosten van appellant in zowel beroep als hoger beroep, begroot op respectievelijk € 980 en € 1.225, en bepaalde dat de reeds betaalde griffierechten van € 166 aan appellant worden vergoed. De uitspraak werd gedaan door T.L. de Vries op 12 juni 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard nadat het bezwaar van appellant door de Svb was gehonoreerd.