ECLI:NL:CRVB:2014:4143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens schending sollicitatieplicht
Appellant ontving vanaf 17 oktober 2011 een WW-uitkering. Op 24 september 2012 verscheen hij niet op een geplande evaluatieafspraak met een werkcoach van het UWV, waarbij hij minimaal twee sollicitaties moest aantonen. Als gevolg hiervan heeft het UWV de WW-uitkering met ingang van die datum met 50% voor vier maanden verlaagd.
Appellant maakte bezwaar tegen deze maatregel, maar het UWV handhaafde de verlaging wegens schending van de sollicitatieplicht ondanks waarschuwingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat er sprake was van verhoogde verwijtbaarheid. Appellant voerde aan dat de maatregel onaanvaardbare financiële gevolgen had, maar de rechtbank vond dit niet aannemelijk.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad stelde vast dat appellant in staat was de huur te betalen en dat er geen ontruiming heeft plaatsgevonden. Ook was de bewering dat appellant voedselhulp moest zoeken niet aannemelijk gemaakt. Na vier maanden werd de WW-uitkering weer volledig voortgezet. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de WW-uitkering met 50% voor vier maanden wordt bevestigd wegens schending van de sollicitatieplicht.