ECLI:NL:CRVB:2014:4106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stellen aanvraag bijstand wegens ontbreken benodigde gegevens
Appellanten ontvingen sinds 1993 bijstand en dienden op 2 december 2011 een aanvraag in voor voortzetting van bijstand. Het college verzocht hen om aanvullende bankgegevens en machtigingen te verstrekken binnen een gestelde termijn. Appellanten gaven aan deze gegevens niet te kunnen overleggen omdat de rekeninghouders geen kopieën wilden verstrekken en zij zelf geen machtigingen hadden.
Het college stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5, eerste lid, Awb, omdat de gevraagde gegevens noodzakelijk waren voor beoordeling en appellanten deze niet tijdig hadden aangeleverd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad vernietigde een gerelateerd besluit en behandelde dit hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellanten redelijkerwijs in staat hadden moeten zijn om over de gevraagde bankafschriften te beschikken, aangezien zij voor een deel van de periode wel gemachtigd waren en de afschriften naar hun woonadres werden gestuurd. De stellingen van appellanten werden onvoldoende onderbouwd met verklaringen van de bank of rekeninghouders.
De verklaring van een rekeninghouder na het primaire besluit kon geen betekenis krijgen. De Raad concludeerde dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling stelde en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand werd terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig overleggen van noodzakelijke bankafschriften.