ECLI:NL:CRVB:2014:4093
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Verzet niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij griffierecht WWB-zaken
De zaak betreft een verzetprocedure tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep in een WWB-zaak. Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, maar het griffierecht was niet tijdig betaald, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.
Appellant diende vervolgens verzet in tegen deze beslissing, maar dit verzetschrift werd te laat ingediend, namelijk na de wettelijke termijn van zes weken. Appellant voerde bijzondere omstandigheden aan, zoals het stilleggen van procedures en de benoeming van een mediator, alsmede de grote hoeveelheid procedures die hij moest voeren.
De Raad oordeelde echter dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat deze omstandigheden de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten. Zonder nadere toelichting kon niet worden vastgesteld waarom appellant niet tijdig verzet kon indienen.
Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 december 2014.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.