ECLI:NL:CRVB:2014:4055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging mindering Kroatische arbeidsongeschiktheidsuitkering op WAO-uitkering
Appellant ontvangt sinds 20 november 2000 een WAO-uitkering en sinds 8 november 2007 een Kroatisch invaliditeitspensioen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) bracht de Kroatische uitkering vanaf 8 november 2007 in mindering op de WAO-uitkering en vorderde het teveel betaalde bedrag terug. Tevens legde het Uwv een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank stelde vast dat de Kroatische uitkering een wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering betreft en geen schadevergoeding, maar oordeelde dat de mindering over de periode 8 november 2007 tot 31 oktober 2008 onterecht was omdat de uitkering toen nog niet werd uitbetaald. Ook werd de boete deels verminderd.
Het Uwv stelde het terugvorderingsbedrag en de boete bij besluit van 15 november 2012 vast in overeenstemming met de uitspraak van de rechtbank. In hoger beroep betoogde appellant dat de Kroatische uitkering een schadevergoeding zou zijn, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat sprake is van samenloop van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. De Raad bevestigt de aangevallen uitspraken en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De mindering van de Kroatische arbeidsongeschiktheidsuitkering op de WAO-uitkering wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.