Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 1.027,73;
- bepaalt dat van appellant een griffierecht van € 478,- wordt geheven.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene werkte als chauffeur en raakte in de periode december 2009 tot mei 2010 betrokken bij het ruimen van met Q-koorts besmette dieren. In oktober 2010 meldde hij zich ziek vanwege klachten als vermoeidheid en evenwichtsproblemen. Medisch onderzoek bevestigde een Q-koortsinfectie, maar geen chronische Q-koorts. De bedrijfsarts verklaarde betrokkene in januari 2012 arbeidsgeschikt, waarna het UWV zijn ZW-uitkering beëindigde.
De rechtbank oordeelde dat de beëindiging onterecht was en baseerde zich op het rapport van internist dr. J. Buijs, die stelde dat betrokkene nog niet geschikt was om te werken vanwege het Q-koortsvermoeidheidssyndroom. Het UWV ging in hoger beroep tegen deze conclusie, stellende dat de deskundige haar oordeel uitsluitend baseerde op subjectieve klachten.
De Centrale Raad van Beroep volgde echter de rechtbank en de deskundige, overwegende dat het Q-koortsvermoeidheidssyndroom plausibel is en dat er geen andere medische oorzaken zijn gevonden. De Raad benadrukte dat het oordeel van een onafhankelijke deskundige in beginsel moet worden gevolgd tenzij bijzondere omstandigheden dit verhinderen. Het hoger beroep van het UWV werd verworpen en het UWV werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en de beëindiging van de ZW-uitkering wordt vernietigd.