ECLI:NL:CRVB:2014:4030
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na heronderzoek psychische beperkingen
Appellante had aanvankelijk recht op een WIA-uitkering wegens 100% arbeidsongeschiktheid vanaf 11 april 2007, gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig onderzoek met informatie van haar behandelend psychiater. Na een strafrechtelijk onderzoek tegen deze psychiater wegens fraude en het afgeven van valse medische verklaringen, verrichtte het UWV een heronderzoek, waarbij een onafhankelijke psychiater concludeerde dat er geen sprake was van een ernstige psychiatrische stoornis.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde dat appellante lichte psychische beperkingen had en dat de eerdere ernstige diagnose niet betrouwbaar was. Het UWV trok het oorspronkelijke besluit in en weigerde de WIA-uitkering met terugwerkende kracht, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg.
De rechtbank Dordrecht verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat appellante onjuiste informatie had verstrekt door de ernst van haar ziekte te simuleren. In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat zij nooit bewust onjuiste informatie had gegeven.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en volledig was, dat de medische informatie van behandelaars was meegewogen en dat er geen aanleiding was om het oordeel over de medische grondslag te herzien. De Raad bevestigde dat appellante de ernst van haar ziekte had gesimuleerd en dat de weigering van de WIA-uitkering terecht was. Het verzoek tot een onafhankelijk deskundigenonderzoek werd afgewezen.
De uitspraak van de rechtbank Dordrecht werd daarmee bevestigd en het hoger beroep van appellante werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag en simulatie door appellante.