ECLI:NL:CRVB:2014:3926
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde kasstortingen
Appellante ontvangt sinds 2005 aanvullende bijstand als alleenstaande ouder. Na een anonieme melding dat zij een gezamenlijke huishouding voert en haar ex-man inkomsten heeft, startte het college een onderzoek. Dit leidde tot de constatering van meerdere kasstortingen op haar bankrekening die niet waren gemeld.
Het college herzag de bijstand over de periode december 2010 tot januari 2012, vorderde €5.484,19 terug en legde een maatregel van 100% verlaging van de bijstand voor één maand op. Appellante voerde aan dat de kasstortingen leningen waren en dat zij vanwege psychiatrische klachten geen verwijt treft.
De Raad oordeelt dat kasstortingen als inkomen gelden en dat appellante haar inlichtingenverplichting heeft geschonden. De terugvordering en maatregel zijn rechtmatig, aangezien geen onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen zijn aangetoond. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening, terugvordering en maatregel worden bevestigd.