ECLI:NL:CRVB:2014:3921
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.J. Schaap
- G. van Zeben-de Vries
- D.S. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gesloten buitenwagen wegens voldoende compensatie door AOV
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een vervoersvoorziening in de vorm van een gesloten buitenwagen vanwege beperkingen in haar sta- en loopfunctie. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag af omdat zij in aanmerking kwam voor het Aanvullend Openbaar Vervoer (AOV), dat volgens het beleid voldoende compensatie biedt voor haar vervoersbehoefte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat een individuele vervoersvoorziening alleen wordt toegekend indien de loopafstand minder dan 500 meter is. Appellante kon volgens het college en de medische adviezen circa 500 meter lopen en de winkels waren op loopafstand bereikbaar. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het AOV niet geschikt is voor korte afstanden en dat haar actieradius door progressieve artrose afneemt, maar de Raad zag geen aanleiding om het standpunt van het college te betwijfelen.
De Raad oordeelde dat het beleid rond de toekenning van een gesloten buitenwagen correct is toegepast en dat het AOV, ondanks enkele beperkingen, voldoende tegemoetkomt aan de vervoersbehoefte van appellante. De Raad stelde dat het aan appellante is om bij verslechtering een nieuwe aanvraag in te dienen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor een gesloten buitenwagen wordt afgewezen omdat het AOV de beperkingen van appellante voldoende compenseert.