ECLI:NL:CRVB:2014:3908
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Greebe
- J.J.T. van den Corput
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WIA-uitkering ondanks minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, een algemeen medewerker heftruckchauffeur, vroeg een WIA-uitkering aan na uitval wegens rugklachten. Het UWV weigerde de uitkering omdat het verlies aan verdienvermogen werd vastgesteld op minder dan 35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de arbeidsdeskundige de functies passend had beoordeeld.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door geen informatie op te vragen bij de huisarts en psychiater en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden door de late beslissing. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek adequaat was en dat de verzekeringsarts een eigen verantwoordelijkheid heeft om beperkingen vast te stellen zonder verplichting tot navraag bij de behandelend sector.
De Raad constateerde echter dat de arbeidsdeskundige in hoger beroep alsnog een motivering gaf voor enkele functies die eerder niet waren becommentarieerd, waardoor het bestreden besluit vernietigd moest worden. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd afgewezen wegens gebrek aan een duidelijke toezegging.
Tot slot veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WIA-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.