ECLI:NL:CRVB:2014:3904
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde intrekking en terugvordering bijstand wegens autohandel
Appellant ontvangt sinds 1998 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een melding van de Belastingdienst over autokentekens op zijn naam, stelde de gemeente Rotterdam een onderzoek in. Op basis van RDW-gegevens besloot het college in 2012 de bijstand over een periode van 42 maanden in te trekken en kosten terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging. Hij voerde aan dat niet alle RDW-gegevens juist zijn en dat hij de auto's slechts tijdelijk op zijn naam had staan als familiehulp. Ook stelde hij dat de rechtbank getuigenbewijs ten onrechte niet had meegewogen.
De Raad stelt dat het college mag uitgaan van de juistheid van RDW-gegevens, mits deze zorgvuldig en controleerbaar worden gepresenteerd. Voor kentekens 1 tot en met 28 ontbraken echter duidelijke transactiedata, waardoor het besluit onvoldoende is gemotiveerd en zorgvuldig voorbereid. Voor de overige kentekens mocht het college wel van de gegevens uitgaan.
De Raad draagt het college op binnen zes weken het gebrek in het besluit te herstellen. Hiermee wordt het besluit gedeeltelijk terugverwezen en krijgt appellant de mogelijkheid om de onduidelijkheden weg te nemen.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand is onvoldoende zorgvuldig voorbereid en niet draagkrachtig gemotiveerd voor kentekens 1 tot en met 28, en het college wordt opgedragen dit te herstellen.