ECLI:NL:CRVB:2005:AT7557
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit terugvordering bijstand zelfstandige na juiste inkomensvaststelling
Appellant, een zelfstandige, ontving bijstand in de vorm van een renteloze lening over de periode 1 januari 1996 tot 1 juli 1996. Het College van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam stelde het inkomen van appellant definitief vast over het gehele boekjaar 1996 en besloot de verstrekte bijstand niet om te zetten in een gift, maar terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep ontvankelijk en vernietigde het besluit vanwege een onjuiste wettelijke grondslag, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant stelde zich op het standpunt dat het inkomen over het boekjaar 1996 onjuist was vastgesteld en dat het belastbare inkomen van de fiscus als uitgangspunt had moeten gelden.
De Raad overweegt dat de vaststelling van het inkomen over het gehele boekjaar 1996 conform de Algemene bijstandswet en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen correct is. De Raad bevestigt dat het College terecht het netto bedrijfsresultaat uit de administratie als basis heeft genomen en dat de terugvordering van de bijstand terecht is.
Verder oordeelt de Raad dat het besluit op bezwaar niet op juiste wijze aan appellant is bekendgemaakt, waardoor de beroepstermijn pas begon bij de latere toezending. Hierdoor was het beroep tijdig ingediend en ontvankelijk. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van de bijstand op juiste gronden bevestigd.