ECLI:NL:CRVB:2014:3882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- J.F. Bandringa
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melden hoofdverblijf
Appellante ontving sinds 2004 bijstand en werd onderzocht door de sociale recherche vanwege een aanvraag van [B.]. Uit het onderzoek bleek dat [B.] mogelijk zijn hoofdverblijf had in de woning van appellante, hetgeen zij niet had gemeld aan het college. Het college trok daarom de bijstand over de periode 2006-2010 in en vorderde de kosten terug.
Appellante betwistte in hoger beroep dat [B.] zijn hoofdverblijf in haar woning had en dat zij haar inlichtingenplicht had geschonden. De Raad beoordeelde de verklaringen van appellante, [B.] en getuigen, alsmede het dossieronderzoek en het huisbezoek, en concludeerde dat er voldoende grond was om aan te nemen dat [B.] hoofdverblijf had in de woning van appellante.
Ondanks confrontatie met deze bevindingen gaf appellante onvoldoende en tegenstrijdige verklaringen, waardoor onduidelijk bleef wat de aard van het verblijf van [B.] was. Hierdoor kon het college niet vaststellen of appellante recht had op bijstand. De Raad oordeelde dat het college terecht de bijstand had ingetrokken en de terugvordering had ingesteld en bevestigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het niet melden van het hoofdverblijf van [B.] in de woning van appellante.