ECLI:NL:CRVB:2014:3716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken ingezetenschap op 17e verjaardag
Appellant, geboren in 1963 op Curaçao, diende in juli 2012 een aanvraag in voor een uitkering op grond van de Wet Wajong. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde de uitkering omdat appellant op zijn 17e verjaardag niet in Nederland woonde en dus niet als ingezetene kon worden beschouwd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij op zijn 17e verjaardag al een duurzame persoonlijke band met Nederland had vanwege frequente contacten en onderhoud door familieleden in Nederland. Ook stelde hij dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd.
De Raad oordeelde dat ingezetenschap wordt beoordeeld naar de omstandigheden en dat een duurzame persoonlijke band met Nederland vereist is. Omdat appellant pas in 1988 naar Nederland kwam en daarvoor slechts schriftelijk en telefonisch contact had met familie, was hij in 1980 geen ingezetene. Het feit dat Curaçao deel uitmaakt van het Koninkrijk der Nederlanden veranderde hier niets aan, omdat alleen het Europese grondgebied tot Nederland behoort.
De Raad concludeerde dat appellant niet als jonggehandicapte in de zin van de Wet Wajong kan worden aangemerkt en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellant op zijn 17e verjaardag geen ingezetene van Nederland was.