Uitspraak
namens het Uwv mr. M.K. Dekker.
Centrale Raad van Beroep
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij geen recht had op een WIA-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg per 2 januari 2012. De rechtbank had dit besluit bevestigd en geoordeeld dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) correct was toegepast.
In hoger beroep betoogde appellante dat onvoldoende rekening was gehouden met haar medische beperkingen, waaronder fibromyalgie, astma en psychische klachten. De Raad nam de overwegingen van de rechtbank over en verwierp de stellingen van appellante dat de FML onjuist was vastgesteld. Wel stelde de Raad vast dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de belastbaarheid van appellante niet werd overschreden door de voorgehouden functies.
De arbeidsdeskundige had in haar rapporten de functie machinaal metaalbewerker als passend aangemerkt, maar de Raad concludeerde dat deze functie niet geschikt is vanwege de urenbeperking van vier uur per dag die medisch is vastgesteld. De relativering van deze urenbeperking door de verzekeringsarts werd door de Raad niet aanvaard. Daarom dient de functie machinaal metaalbewerker te vervallen als grondslag voor de loon- en arbeidsongeschiktheidsberekening.
Het UWV krijgt zes weken de tijd om een andere passende functie binnen de belastbaarheid van appellante te kiezen en de schatting daarop te baseren. Deze uitspraak benadrukt het belang van een strikte naleving van de medische uitgangspunten bij de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid en de passende functies in het kader van de WIA.
Uitkomst: De functie machinaal metaalbewerker is niet passend binnen de medische belastbaarheid van appellante, het UWV moet een andere passende functie kiezen.