ECLI:NL:CRVB:2014:3669
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.C.P. Venema
- E.W. Akkerman
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar WIA-uitkering wegens termijnoverschrijding bevestigd
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht had op een WIA-uitkering vanaf 24 februari 2012. Het bezwaar werd te laat ingediend en het UWV verklaarde het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank bevestigde dit oordeel, stellende dat de psychische klachten van appellant niet zodanig waren dat hij niet in staat was tijdig bezwaar te maken.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij mondeling bezwaar had gemaakt bij een arbeidsdeskundige en dat het UWV zijn bezwaar niet zonder meer kennelijk niet-ontvankelijk had mogen verklaren zonder hem te horen of psychisch te onderzoeken. De Raad oordeelde dat de bezoeknotitie van de arbeidsdeskundige geen schriftelijk bezwaar vormt en onderschreef dat het bezwaar te laat was ingediend.
De Raad stelde vast dat het UWV ten onrechte het bezwaar zonder nader onderzoek kennelijk niet-ontvankelijk had verklaard, waardoor de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd. Uit medisch rapport en gedragingen van appellant bleek echter onvoldoende dat hij gedurende de gehele termijn niet in staat was bezwaar te maken, zodat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Het bezwaar werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het WIA-besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.