ECLI:NL:CRVB:2014:3642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant ontving sinds oktober 2006 een WGA-uitkering wegens psychische klachten met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een verbetering in 2009 en een herkeuring beëindigde het UWV de uitkering per 29 april 2012 wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond, waarbij het verzekeringsgeneeskundig onderzoek als zorgvuldig en overtuigend werd beoordeeld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege paniekaanvallen niet in staat is reguliere arbeid te verrichten. Het ingediende rapport van PsyQ uit 2013 stelde dat appellant aangepast werk in een beschermde omgeving nodig heeft. De Raad oordeelde echter dat dit rapport geen aanleiding gaf tot bijstelling van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 2011, waarop de beperkingen en mogelijkheden van appellant zijn gebaseerd.
De verzekeringsartsen hadden rekening gehouden met de paniekstoornis en de laagbegaafdheid van appellant. De arbeidsdeskundige had gemotiveerd dat de voorgehouden functies de functionele mogelijkheden niet overschrijden. Gezien deze overwegingen werd het hoger beroep afgewezen en de beëindiging van de WGA-uitkering bevestigd. Een verzoek tot vergoeding van wettelijke rente werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de WGA-uitkering bevestigd.