ECLI:NL:CRVB:2014:3641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens niet volgemaakte wachttijd en juiste medische beoordeling
Appellant, die sinds 1991 arbeidsongeschikt was verklaard, verzocht om een WAO-uitkering. Het UWV weigerde deze uitkering omdat appellant niet voldeed aan controlevoorschriften en de wachttijd van 52 weken niet had voltooid. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundigen concludeerden dat appellant geschikt was voor passende arbeid en minder dan 15% arbeidsongeschikt was.
Appellant stelde dat hij in een psychotische toestand verkeerde en niet naar Nederland kon reizen voor onderzoek. Hij leverde medische verklaringen uit Marokko aan, maar deze werden niet tijdig ingediend en waren tegenstrijdig met eerdere rapporten. De Raad stelde vast dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat onzekerheid over beperkingen voor rekening van appellant komt.
De Raad oordeelde dat het UWV niet verplicht was onderzoek in Marokko te laten verrichten door een Nederlandse arts en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet naar Nederland kon reizen. De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant de wachttijd niet had voltooid en geschikt was voor arbeid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellant de wachttijd niet heeft volgemaakt en de medische beperkingen juist zijn vastgesteld.