ECLI:NL:CRVB:2014:3463
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen opschorting AIO-aanvulling en afwijzing schadevergoeding
Appellante ontvangt een gedeeltelijk ouderdomspensioen en aanvulling via de AIO. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) schortte de AIO-aanvulling op omdat appellante niet voldeed aan de verplichting een AOV-pensioen aan te vragen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze opschorting ongegrond.
In hoger beroep heeft de Svb het opschortingsbesluit ingetrokken en een nader besluit genomen waarbij appellante alsnog recht kreeg op de AIO-aanvulling over de periode van opschorting. De Raad oordeelde dat het beroep tegen het oorspronkelijke besluit gegrond is en vernietigde de eerdere uitspraak.
Appellante verzocht daarnaast om vergoeding van materiële en immateriële schade. De Raad oordeelde dat de wettelijke rente reeds is betaald en dat een verdere materiële schadevergoeding niet toewijsbaar is. Voor immateriële schade stelde de Raad dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij geestelijk letsel of een aantasting van haar persoonlijke levenssfeer heeft geleden. Ook het verzoek om vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen.
De Raad wees het verzoek om schadevergoeding af en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak werd gedaan door O.L.H.W.I. Korte op 21 oktober 2014.
Uitkomst: Het beroep tegen het opschortingsbesluit van de AIO-aanvulling wordt gegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.