ECLI:NL:CRVB:2014:3432
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- G. van Zeben - de Vries
- D.S. de Vries
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering maatschappelijke opvang met in stand laten rechtsgevolgen
Appellant verzocht op 22 juli 2010 om maatschappelijke opvang. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam weigerde dit op grond van de Wmo, wat bij besluit van 11 januari 2011 werd bevestigd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hem ten onrechte opvang was onthouden en vorderde schadevergoeding.
De Raad oordeelde dat het college in de periode van 24 juni tot 6 september 2010 maatschappelijke opvang had geboden, waaronder advies, informatie en de mogelijkheid van onderdak, ook via afspraken met een andere gemeente. Hoewel appellant niet van alle opvangmogelijkheden gebruik maakte, betekent dit niet dat hem rechten zijn onthouden. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen wegens het ontbreken van een onrechtmatige situatie. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 8 oktober 2014.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.