Uitspraak
mr. K.F.Hofstee.
OVERWEGINGEN
[X.], zijn echtgenote [Y.] en hun drie kinderen. Appellant stelt dat hij op dit adres een kamer huurt en woonachtig is.
14 november 2012.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving studiefinanciering als uitwonende studerende, maar de Minister herzag dit omdat uit onderzoek bleek dat appellant niet woonde op het in de GBA geregistreerde adres. Dit leidde tot een herziening van de studiefinanciering naar de thuiswonende norm en een terugvordering van teveel betaalde bedragen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het huisbezoek en het onderzoek voldoende aannemelijk maakten dat appellant niet op het opgegeven adres woonde. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het huisbezoek onrechtmatig was vanwege gebrek aan redelijke grond en onvoldoende geïnformeerde toestemming.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het huisbezoek rechtmatig was omdat de hoofdbewoonster toestemming had gegeven op basis van geïnformeerde toestemming. De Raad bevestigde dat de kamer waar appellant verbleef niet als exclusief woongebruik kon worden aangemerkt. Verder vond de Raad de verklaringen van buren en het gebrek aan persoonlijke spullen van appellant overtuigend bewijs dat hij niet op het adres woonde.
De Raad verwierp het verweer van appellant dat hij vanwege werk laat thuis was en dat dit de waarneming van de buren verklaarde. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de herziening van de studiefinanciering gehandhaafd.
Uitkomst: De herziening van de studiefinanciering en terugvordering wegens niet-woonachtig op het GBA-adres wordt bevestigd.