ECLI:NL:CRVB:2014:3411
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding vanaf 2 juni 2008
Appellante ontving bijstand sinds 2007 en het college van burgemeester en wethouders van Borger-Odoorn trok deze bijstand per 2 juni 2008 in wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met appellant. De sociale recherche voerde een onderzoek uit op basis van meldingen en diverse getuigenverklaringen, waarbij onder meer werd vastgesteld dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden vanaf genoemde datum.
Appellanten betwistten dit en stelden dat onvoldoende feitelijke grondslag bestond voor het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag af van het horen van getuigen. In hoger beroep oordeelt de Raad dat weliswaar sprake is van een gezamenlijke huishouding gedurende enige tijd, maar niet vanaf 2 juni 2008. De verklaring van appellant en andere getuigen ondersteunen dit niet voor die datum.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit van het college wegens strijd met de Awb. Het college wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van gezamenlijke huishouding vanaf 2 juni 2008.