ECLI:NL:CRVB:2014:3382
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.J.T. van den Corput
- R.E. Bakker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing IVA-uitkering wegens ontbreken duurzaam arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als agrarisch medewerker, meldde zich ziek vanwege een tumor in de hypofyse en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80%. Na bezwaar verhoogde het UWV dit naar 80 tot 100%, maar wees het bezwaar tegen dit besluit af.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond, omdat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was. De rechtbank baseerde zich op medische rapporten waaruit bleek dat de tumor was geslonken en stabiel was, en dat psychische klachten behandelbaar waren. Appellant voerde aan dat de tumor soms weer groter werd en dat hij daardoor psychisch ziek bleef, maar leverde geen nieuwe medische stukken aan.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat er geen sprake was van duurzame arbeidsongeschiktheid. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de IVA-uitkering wordt bevestigd.