ECLI:NL:CRVB:2014:3379
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, geboren in 1992, vroeg op grond van de Wet Wajong om een uitkering vanwege psychische klachten en een lichte verstandelijke beperking. Na onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidskundig onderzoek concludeerde het UWV dat zij geen verlies aan verdiencapaciteit had op de beoordelingsdatum, zestien weken na haar aanvraag.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellante ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door haar beperkingen meer arbeidsongeschikt was dan vastgesteld, onderbouwd met een nieuw rapport waarin een stoornis binnen het autisme spectrum werd vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht de beoordeling beperkte tot de vraag of appellante vanaf haar zeventiende jaar gedurende 52 weken niet in staat was meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen. De Raad vond de medische en arbeidskundige onderbouwing deugdelijk en zag geen reden af te wijken van het eerdere oordeel, ook niet op basis van het nieuwe rapport. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid.