ECLI:NL:CRVB:2014:3378
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.J.T. van den Corput
- R.E. Bakker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding wegens vertraagde WAZ-besluitvorming
Appellant diende in maart 2004 een aanvraag in voor een WAZ-uitkering, waarop het UWV niet tijdig besloot. Pas in 2009 werd een uitkering toegekend met terugwerkende kracht. Appellant vorderde vervolgens vergoeding van fiscale, inkomens- en immateriële schade wegens het vertraagde besluit, waaronder het verlies van marktvergunningen en faillissement van zijn onderneming.
De rechtbank oordeelde dat de fiscale schade van € 2.059,- toewijsbaar was, maar dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor inkomens- en immateriële schade. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat het faillissement en inkomensschade het gevolg zijn van het uitblijven van het besluit. Ook de immateriële schade werd terecht afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
De Raad sluit aan bij het civielrechtelijk schadevergoedingsrecht en benadrukt dat alleen schade die rechtstreeks en causaal verband houdt met het onrechtmatige besluit voor vergoeding in aanmerking komt. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd waarbij inkomens- en immateriële schade worden afgewezen.