ECLI:NL:CRVB:2014:3337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing herziening en terugvordering WW-uitkering wegens onjuiste werkbriefjes zelfstandige
Appellant ontving vanaf 22 juli 2002 een WW-uitkering die werd beëindigd per 1 november 2004 nadat hij had gemeld volledig als zelfstandige te werken. Het UWV herzag dit besluit en vorderde onverschuldigd betaalde uitkeringen terug, omdat appellant vanaf 1 januari 2003 als zelfstandige werkzaam zou zijn geweest zonder dit correct te melden.
Na bezwaar en beroep handhaafde het UWV de terugvordering, waarop appellant hoger beroep instelde. Uit een onderzoek bleek dat appellant de werkbriefjes onjuist had ingevuld en geen melding had gemaakt van zijn zelfstandige werkzaamheden. Het UWV en de bezwaaradviescommissie oordeelden dat appellant voldoende geïnformeerd was en dat zijn verzwijging niet te wijten was aan gebrekkige informatie.
De rechtbank wees het beroep af en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Appellant erkende ter zitting de onjuiste invulling van de werkbriefjes en wijzigde zijn standpunt, waardoor eerdere gronden niet meer besproken hoefden te worden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening en terugvordering van de WW-uitkering wegens onjuiste invulling van werkbriefjes.