ECLI:NL:CRVB:2014:3305
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ingangsdatum Wajong-uitkering afgewezen
Betrokkene heeft op 26 maart 2009 een Wajong-uitkering aangevraagd die aanvankelijk werd geweigerd door het UWV. De rechtbank ’s-Gravenhage verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en bepaalde een ingangsdatum van 26 maart 2009 voor de uitkering. Het UWV kende vervolgens een uitkering toe met ingang van 26 maart 2008, waarop betrokkene bezwaar maakte met het verzoek de uitkering te laten ingaan op haar 18e verjaardag, 12 oktober 2000.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit en stelde de ingangsdatum vast op 12 oktober 2000. Het UWV stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de rechtbankuitspraak van 15 februari 2012 in kracht van gewijsde is gegaan en dat het UWV correct uitvoering heeft gegeven aan deze uitspraak door de uitkering met terugwerkende kracht vanaf één jaar voor de aanvraag toe te kennen.
De Raad kon niet ingaan op de uitzonderingssituatie van artikel 29, tweede lid, tweede volzin van de Wajong omdat de rechtbank hierover niet had geoordeeld. Betrokkene had hoger beroep moeten instellen tegen de rechtbankuitspraak om de ingangsdatum in rechte aan te vechten. Het hoger beroep van het UWV slaagt, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en de ingangsdatum van de Wajong-uitkering blijft één jaar terugwerkende kracht vanaf de aanvraagdatum.