Uitspraak
18 december 2012, 12/2286 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 3 april 2012;
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam binnen de politie, verzocht om functieonderhoud omdat zijn werkzaamheden wezenlijk afwijken van zijn functiebeschrijving. De korpschef wees dit verzoek af, stellende dat de werkzaamheden binnen de bestaande functietaken vielen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellant gedurende de referteperiode werkzaamheden verrichtte die wezenlijk afwijken van zijn functiebeschrijving, met name door zijn betrokkenheid bij het praktijkdeel van de opleiding van politieacademiestudenten. Deze werkzaamheden omvatten onder meer het voeren van gesprekken met studenten, het opmaken van beoordelingsformulieren, coaching op straat en het aftekenen van werkstukken.
De Raad stelt vast dat het begeleiden van studenten niet gelijkgesteld kan worden aan het begeleiden van beginnende agenten, zoals de korpschef betoogde. De Raad vernietigt het bestreden besluit en wijst het beroep toe, waarbij de functiebeschrijving wordt uitgebreid met de toevoeging dat appellant bijdraagt aan de opleiding van studenten in het praktijkdeel van hun politieopleiding.
Daarnaast veroordeelt de Raad de korpschef tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit en is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 oktober 2014.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het functieonderhoud wordt toegewezen met uitbreiding van de functiebeschrijving.