ECLI:NL:CRVB:2014:3275
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J.J.T. van den Corput
- E.W. Akkerman
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bepaling eerste arbeidsongeschiktheidsdag en opdracht tot aanvullend onderzoek UWV
Appellante stelde dat haar eerste arbeidsongeschiktheidsdag op of rond 29 februari 2008 lag, terwijl het UWV dit stelde op 13 oktober 2008. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, omdat appellante onvoldoende medische stukken had overlegd om haar stelling te onderbouwen.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt en voerde zij aan dat haar psychiater op 1 oktober 2008 een spoedverwijzing voor opname had geschreven, waardoor die datum als eerste arbeidsongeschiktheidsdag moest gelden. De Raad volgde appellante hierin en oordeelde dat de spoedverwijzing de urgentie van haar situatie op die datum aantoont.
De Raad stelde vast dat appellante op grond van artikel 10, eerste lid en onder b, van de Wet WIA als verzekerd moet worden beschouwd vanaf 1 oktober 2008. Om het recht op uitkering vast te stellen, moet het UWV een medisch en arbeidsdeskundig onderzoek verrichten met deze datum als uitgangspunt.
De Raad droeg het UWV op dit onderzoek binnen zes weken uit te voeren en opnieuw op het bezwaar te beslissen. Zonder dit standpunt van het UWV is een finale beslissing niet mogelijk.
Uitkomst: De eerste arbeidsongeschiktheidsdag wordt vastgesteld op 1 oktober 2008 en het UWV wordt opgedragen een aanvullend onderzoek uit te voeren.