ECLI:NL:CRVB:2014:3227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellant, werkzaam als montagewerker, viel in mei 2007 uit wegens rugklachten. Het UWV stelde in april 2009 vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op een WIA-uitkering ontstond. In november 2011 meldde appellant een verslechterde gezondheid, met toegenomen rugklachten en een maximale werkcapaciteit van vier uur per dag. Het UWV weigerde in februari 2012 een WIA-uitkering toe te kennen, omdat er geen sprake was van toegenomen beperkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de belastbaarheid gelijk was aan eerdere vaststellingen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet meer dan vier uur per dag kan werken, onderbouwd met een beoordelingsformulier uit het kader van de WSW. De Raad oordeelde dat toelating tot de WSW-doelgroep geen directe betekenis heeft voor de WIA-uitkering en dat de medische beoordeling van het UWV juist was.
De Raad concludeert dat appellant niet voldoet aan de indicaties van de Standaard Verminderde Arbeidsduur en bevestigt de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.