ECLI:NL:CRVB:2014:3181
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Y.J. Klik
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college stelde na onderzoek vast dat zij samenwoonde met [naam], met wie zij kinderen heeft. Dit leidde tot intrekking van de bijstand vanaf 2010 en terugvordering van de kosten over 2008-2010.
De Raad beoordeelde of sprake was van een gezamenlijke huishouding, waarbij het hoofdverblijf en zorg voor elkaar centraal staan. Ondanks dat appellante en [naam] afzonderlijke adressen hadden, was uit verklaringen en getuigenverklaringen gebleken dat zij feitelijk samenwoonden in de woning van appellante.
Appellante voerde aan dat haar verklaring onder dwang of door taalproblemen niet betrouwbaar was, maar de Raad verwierp dit op basis van eerdere rechtspraak en de consistentie van verklaringen. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad bevestigde deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat het college de bijstand terecht had ingetrokken en teruggevorderd wegens het niet melden van de gezamenlijke huishouding. De proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak werd op 30 september 2014 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante een gezamenlijke huishouding voerde en de bijstand terecht is ingetrokken en teruggevorderd.