ECLI:NL:CRVB:2014:3074
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bezwaar tegen schorsing en beëindiging AOW-pensioen
Appellant, geboren in 1937, ontving sinds 2002 een AOW-pensioen met korting wegens niet-verzekerde jaren. Na het niet reageren op informatieverzoeken werd het pensioen in 2006 geschorst en beëindigd. In 2011 werd het pensioen opnieuw toegekend met terugwerkende kracht vanaf 2010, maar met dezelfde korting. Bezwaar tegen deze besluiten werd door de rechtbank ongegrond verklaard.
Het hoger beroep richtte zich op de ontvankelijkheid van het bezwaar tegen de schorsing en beëindiging en de terugwerkende kracht van de hernieuwde toekenning. De Raad oordeelde dat de besluiten terecht waren verzonden en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de besluiten niet had ontvangen door omstandigheden buiten zijn risicosfeer. De late indiening van het bezwaar was daardoor niet verschoonbaar.
Verder werd geoordeeld dat appellant niet voldeed aan de criteria voor bijzondere terugwerkende kracht, omdat hij bekend was met zijn recht op AOW en geen nieuwe feiten had aangevoerd die een herziening van het besluit rechtvaardigen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank bevestigd.