ECLI:NL:CRVB:2014:3069
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als facilitair medewerker, viel in oktober 2009 uit wegens klachten mogelijk gerelateerd aan postpoliosyndroom. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het Uwv vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op WIA-uitkering ontstond. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden ongegrond verklaard.
De rechtbank vernietigde het eerste besluit vanwege onvoldoende medische onderbouwing op dat moment, maar handhaafde de rechtsgevolgen na overlegging van aanvullend medisch bewijs. Het beroep tegen het tweede besluit werd ongegrond verklaard. In hoger beroep betoogde appellant dat zijn beperkingen groter waren dan vastgesteld, onder meer door krachtverlies en vermoeidheid, en dat zijn opleidingsniveau onjuist was vastgesteld.
De Raad oordeelde dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd en dat geen nieuwe gegevens waren overgelegd die aanleiding gaven tot herziening van het oordeel. Ook het opleidingsniveau werd terecht vastgesteld. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraken en handhaafde de weigering van de WIA- en Ziektewetuitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA- en Ziektewetuitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.