ECLI:NL:CRVB:2014:304
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsaanvraag wegens onjuiste taxatie woningvermogen
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), maar het college wees de aanvraag af omdat appellant over vermogen boven de vermogensgrens zou beschikken, gebaseerd op een taxatierapport van een IBF-taxateur.
Appellant betwistte de taxatie, omdat de taxateur aanvankelijk uitging van een onjuiste oppervlakte van de woning in Turkije. Hoewel de taxateur later een nadere verklaring gaf, was deze onvoldoende concreet en onderbouwd. De rechtbank volgde het college en wees het beroep af.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de taxatie gebrekkig is en de rechtbank ten onrechte het college heeft gevolgd. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom het door appellant overgelegde bewijs werd miskend. De Raad vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op een nieuwe beslissing te nemen, rekening houdend met de juiste waarde van het vermogen en de huurinkomsten.
Daarnaast veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. De zaak benadrukt het belang van een zorgvuldige en onderbouwde taxatie bij vermogenstoetsing in het kader van bijstandsverlening.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd en het college moet een nieuwe beslissing nemen.