ECLI:NL:CRVB:2014:2928
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verrekening smartengeld bij dienstongeval politie
Betrokkene raakte arbeidsongeschikt door een dienstongeval tijdens zijn werkzaamheden bij de politie. Hij ontving smartengeld op grond van artikel 54a, eerste lid, van het Barp vanwege deze arbeidsongeschiktheid. Daarnaast had hij via een vaststellingsovereenkomst met zijn verzekeraar een bedrag ontvangen dat ook betrekking had op immateriële schade.
De korpschef had bij de vaststelling van het smartengeld het bedrag dat betrokkene reeds had ontvangen in mindering gebracht. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat zij oordeelde dat partijen gebonden waren aan de vaststellingsovereenkomst waarin aanspraken op grond van artikel 54a Barp waren uitgezonderd.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de korpschef niet gebonden was aan deze overeenkomst en dat de verrekening terecht was toegepast, omdat beide vergoedingen betrekking hadden op dezelfde immateriële schade door arbeidsongeschiktheid. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit gehandhaafd en het besluit van 14 maart 2013 vernietigd wegens het ontbreken van een grondslag.
De Raad wees proceskosten af en bevestigde dat betrokkene geen dubbele vergoeding voor dezelfde schade kan ontvangen.
Uitkomst: De verrekening van het door Travelers betaalde bedrag met het smartengeld op grond van artikel 54a Barp is terecht toegepast en het beroep wordt ongegrond verklaard.