ECLI:NL:CRVB:2014:2764
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- M. Hillen
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en AIO-aanvulling wegens bezit onroerende zaken in Turkije
Appellanten, beiden geboren in de jaren 1930, ontvingen een gedeeltelijk AOW-pensioen en aanvullende bijstand van de gemeente Schiedam, later verstrekt door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) in de vorm van AIO-aanvulling. Naar aanleiding van vermoedens over bezit van onroerende zaken in Turkije, stelde het Bureau Fraude-informatie van het UWV een onderzoek in. Dit onderzoek bracht aan het licht dat appellanten sinds decennia meerdere woningen, bouwkavels en landbouwgrond in Turkije bezitten, zonder dit te melden.
De Svb trok daarop bij besluiten van 12 augustus 2011 de bijstand en AIO-aanvulling in en vorderde terugbetaling van teveel ontvangen bedragen. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat de waarde van de onroerende zaken te hoog was getaxeerd en overlegden een taxatierapport uit 2012 met een lagere waardering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het taxatierapport van 22 mei 2009, opgesteld door een makelaar geselecteerd door de Nederlandse ambassade in Ankara, zorgvuldig en betrouwbaar is. Het latere taxatierapport gaf onvoldoende inzicht in de waardebepaling en ontbrak een waardering van een bouwkavel. De Raad zag geen reden een eigen deskundige in te schakelen. Bovendien had de IBF-taxateur enkele percelen buiten beschouwing gelaten, wat appellanten ten goede kwam. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand en AIO-aanvulling wegens het niet melden van onroerende zaken in Turkije.