ECLI:NL:CRVB:2014:265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.E. Bakker
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering wegens onvoldoende bewijs van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem die het beroep ongegrond verklaarde tegen het besluit van het UWV om een loongerelateerde WGA-uitkering toe te kennen aan de werknemer. De werknemer werd niet in aanmerking gebracht voor een IVA-uitkering omdat hij niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat de huidige arbeidsongeschiktheid van de werknemer voortkomt uit andere klachten dan de eerdere hartklachten waarvoor hij een WAO-uitkering ontving. De klachten betreffen met name gewrichts- en vermoeidheidsklachten die niet gerelateerd zijn aan de eerdere cardiale problematiek. De medische gegevens tonen aan dat de cardiale situatie stabiel is en dat verbetering van de belastbaarheid mogelijk is.
Appellante voerde aan dat er wel een oorzakelijk verband bestaat tussen de huidige klachten en de eerdere hartproblemen en dat de werknemer recht heeft op een WAO- of IVA-uitkering. Dit werd echter door de Raad verworpen op grond van medische rapporten en het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts. De Raad bevestigde dat geen sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid en wees het hoger beroep af.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de IVA-uitkering bevestigd.