ECLI:NL:CRVB:2014:2649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Y.J. Klik
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste uitvoering brutering bij terugvordering bijstand over 2007
Appellante stelde in hoger beroep dat het bestuur onjuist had gehandeld bij de herziening en terugvordering van bijstand over de periode van 1 oktober 2006 tot en met 23 november 2008, en dat het terugvorderingsbedrag onjuist was berekend. De Centrale Raad van Beroep beperkte het geding echter tot de vraag of het bestuur de brutering van de terugvordering van bijstand over de maanden januari, februari en april 2007 correct had uitgevoerd, conform de eerdere uitspraak van 22 januari 2013.
De Raad overwoog dat de eerdere uitspraak het bestuur had opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen over de brutering van de netto-bedragen aan inkomsten in genoemde maanden. De rechtbank Rotterdam had het beroep tegen het bestuursbesluit van 6 maart 2013 ongegrond verklaard. De Raad vond geen aanleiding om de bevoegdheid van het bestuur tot herziening en terugvordering opnieuw te beoordelen, noch om het terugvorderingsbedrag te wijzigen.
De Raad concludeerde dat het bestuur de terugvordering op juiste wijze had gebruteerd en appellante geen argumenten had aangevoerd die dit tegenspraken. Het hoger beroep werd daarom verworpen, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; de brutering van de terugvordering bijstand is correct uitgevoerd.