ECLI:NL:CRVB:2014:2645
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- C.H. Rombouts
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en verrichten ongemelde werkzaamheden
Appellante ontving aanvullende bijstand naast haar WAO-uitkering en was vrijgesteld van arbeidsverplichtingen. Medewerkers van de gemeente constateerden dat zij op paranormale beurzen betaalde sessies gaf en mogelijk ook werkzaamheden als medium aan huis verrichtte. Na onderzoek besloot het college de bijstand vanaf 1 april 2008 in te trekken en de kosten terug te vorderen wegens het niet melden van deze werkzaamheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat haar recht op bijstand wel vast te stellen was, omdat haar inkomsten beperkt waren tot circa €90 per maand. De Raad oordeelde echter dat onvoldoende objectieve gegevens waren verstrekt over de aard, omvang en duur van haar werkzaamheden. Bovendien waren er aanwijzingen dat zij ook thuis werkzaamheden verrichtte, hetgeen zij niet had gemeld.
De Raad concludeerde dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden en dat daardoor niet kon worden vastgesteld of zij recht had op bijstand. Het college was daarom bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting en het verrichten van niet gemelde werkzaamheden.