ECLI:NL:CRVB:2014:2640
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden als schoonheidsspecialiste
Appellante ontving bijstand vanaf 2004 en werd vanaf 2006 geacht werkzaamheden te verrichten als schoonheidsspecialiste, zowel thuis als in een schoonheidssalon. Na een strafrechtelijk onderzoek naar bijstandsfraude trok het college de bijstand in en vorderde het de kosten terug over de periode 2006-2009. Appellante voerde aan dat haar werkzaamheden onderdeel waren van een opleiding en dat zij geen inkomsten had verworven.
De Raad oordeelt dat appellante wel degelijk op geld waardeerbare werkzaamheden verrichtte en inkomsten ontving, ook al vroeg zij geen commerciële tarieven voor behandelingen aan huis. Zij heeft haar inlichtingenverplichting geschonden door deze activiteiten niet te melden, waardoor het college het recht op bijstand niet kon vaststellen.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De intrekking en terugvordering van de bijstand zijn rechtmatig, en de bezwaren van appellante worden verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.