ECLI:NL:CRVB:2014:2531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-woonachtig op GBA-adres
Appellant ontving studiefinanciering als uitwonende student op grond van de Wet studiefinanciering 2000, ingeschreven op een GBA-adres waar ook andere personen stonden ingeschreven. Controleurs stelden vast dat appellant niet feitelijk op dat adres woonde, wat leidde tot herziening van de studiefinanciering en oplegging van een bestuurlijke boete.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat hij onvoldoende objectief bewijs overlegde dat hij wel op het GBA-adres woonde. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn sobere levensstijl en opslag van persoonlijke spullen elders de afwezigheid van spullen op zijn kamer verklaarden.
De Raad oordeelt dat de Minister aan zijn bewijslast heeft voldaan en dat de verklaringen van appellant onvoldoende zijn om het oordeel van de rechtbank te weerleggen. Het hoger beroep wordt verworpen en de bestreden uitspraak en besluiten worden bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van studiefinanciering en boete worden bevestigd.