ECLI:NL:CRVB:2014:2456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitstroompremie bij beëindiging bijstand per 1 januari 2012
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en haar bijstand werd per 1 januari 2012 beëindigd vanwege voldoende inkomsten uit arbeid. Zij diende op 2 juli 2012 een aanvraag in voor een uitstroompremie van €1.000,-, maar het college wees deze af omdat de premie per 1 januari 2012 was afgeschaft en alleen van toepassing was op bijstand die vóór die datum was beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en in hoger beroep betoogde zij dat zij op basis van gesprekken met haar bijstandsconsulent mocht vertrouwen op toekenning van de premie. De Raad oordeelde dat het aanvraagformulier van 10 januari 2012 geen toezegging bevatte en dat een beroep op het vertrouwensbeginsel alleen slaagt bij ondubbelzinnige toezeggingen van een bevoegd orgaan, wat hier ontbrak.
De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de aanvraag en de uitspraak van de rechtbank, en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De aanvraag voor de uitstroompremie wordt afgewezen omdat de bijstand per 1 januari 2012 is beëindigd en er geen gerechtvaardigd vertrouwen op de premie bestond.