Uitspraak
mr. T. van der Weert.
Centrale Raad van Beroep
Appellante werkte als administratief medewerkster en later als eindredacteur, waarbij zij arbeidsongeschikt raakte en een WAO-uitkering ontving. Het UWV stelde een maatmanwisseling vast waarbij de eindredacteur als nieuwe maatman werd aangewezen. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat een gecombineerde maatman moest worden toegepast.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het UWV-besluit, omdat zij meende dat artikel 21 lid 3 WAO Pro ten onrechte was toegepast. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank ambtshalve ten onrechte heeft getoetst aan dit artikel, dat geen openbare ordebepaling is en niet ter beoordeling stond in het beroepschrift.
De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en het daarop volgende UWV-besluit. Tevens stelt de Raad vast dat geen sprake is van een gecombineerde maatman, omdat appellante de functies niet combineerde. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank en het daarop volgende UWV-besluit worden vernietigd.