ECLI:NL:CRVB:2014:2448
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn door UWV en Staat
Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam en later een verzoek tot schadevergoeding ingediend wegens overschrijding van de redelijke termijn door het UWV en de Staat. Na een tussenuitspraak waarbij het UWV werd opgedragen een beslissing te herstellen, werd het bezwaar alsnog gegrond verklaard en trok betrokkene het hoger beroep in. Vervolgens verzocht zij om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente en immateriële schadevergoeding, alsmede om veroordeling van het UWV in de proceskosten.
De Raad heeft het UWV reeds veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten. Het onderzoek werd heropend voor een nadere uitspraak over de schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij ook de Staat als partij werd betrokken. Beide partijen boden een schadevergoeding aan, waarna betrokkene het verzoek introk en verzocht om een uitspraak over de proceskosten van alle bekende beroepsprocedures.
De Raad overwoog dat intrekking van het verzoek tot schadevergoeding geen proceshandeling is die voor vergoeding in aanmerking komt en zag geen reden om het verzoek tot proceskostenvergoeding toe te wijzen. Eerder had de Raad reeds beslist over proceskosten in gerelateerde procedures. De Raad wees het verzoek tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro af en deed uitspraak in het openbaar op 16 juli 2014.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van proceskosten wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.