ECLI:NL:CRVB:2014:2421
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim door voortzetting nevenactiviteiten
Appellante was sinds 1991 in dienst en had vanaf 2005 een vaste aanstelling. Zij bezat samen met haar partner zes panden, waarvan vijf werden verhuurd. Na een signaal over oneigenlijke verhuur werd in 2009 een onderzoek gestart en werd haar verzoek tot nevenactiviteiten geweigerd met een termijn van twee maanden om deze te beëindigen.
Ondanks meerdere waarschuwingen en een termijn van zes maanden bleef appellante haar nevenactiviteiten voortzetten. Het college legde haar in 2011 ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim, wat na bezwaar werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante overmacht aan vanwege de financiële gevolgen van beëindiging, maar de Raad verwierp dit omdat zij bewust de gerechtelijke procedures afwachtte en niet in overleg trad met het college. Het volharden in het niet beëindigen van de nevenactiviteiten werd als plichtsverzuim aangemerkt dat ontslag rechtvaardigt.
De Raad oordeelde dat het ontslag zonder eervolle toevoeging niet onevenredig was gezien de ernst van het plichtsverzuim en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.