ECLI:NL:CRVB:2014:2365
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op bijstandsuitkering na blokkering beleggingsrekening en geschil over lening
Appellant ontving vanaf december 2009 bijstand, die in juni 2010 werd ingetrokken vanwege een vermogen uit de verkoop van zijn woning. In december 2011 vroeg hij opnieuw bijstand aan, omdat zijn beleggingsactiviteiten waren stilgevallen door blokkering van zijn beleggingsrekening. Zijn moeder stortte €5.000,- op zijn bankrekening, waarvan appellant het bedrag overmaakte naar zijn beleggingsrekening om zijn handelsactiviteiten voort te zetten.
Het college wees de aanvraag af omdat appellant niet aannemelijk maakte dat hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. De rechtbank oordeelde dat appellant niet als zelfstandige kon worden aangemerkt en vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. De rechtbank vond ook dat het bedrag van €5.000,- niet als lening met terugbetalingsverplichting kon worden beschouwd.
In hoger beroep bevestigde de Raad dit oordeel. Appellant had niet aannemelijk gemaakt dat het bedrag een lening betrof en had het bedrag niet gebruikt voor levensonderhoud. De verklaring van zijn moeder was onvoldoende om het tegendeel te bewijzen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.