ECLI:NL:CRVB:2014:2345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht bij handel in bruidskleding
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd onderzocht nadat een anonieme melding binnenkwam over haar handel in bruidskleding. Uit het onderzoek bleek dat zij inkomsten uit deze handel niet had gemeld en geen administratie bijhield. Het college herzag de bijstand en vorderde een bedrag van €13.079,21 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de stortingen afkomstig waren van geldleningen en dat de bruidskleding als vermogen moest worden beschouwd. Ook stelde zij dat het college op de hoogte was van haar activiteiten en dat investeringskosten niet waren meegenomen.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het college op de hoogte was van de handel en dat de stortingen niet uit inkomsten afkomstig waren. Het ontbreken van een administratie leidde tot het oordeel dat de terugvordering terecht was. De vrijspraak in de strafrechtelijke procedure deed hieraan niet af.
Daarom bevestigde de Centrale Raad van Beroep de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht.